Lieve Vere

Flo Van Deuren



Antwerpen, 18 maart 2020
Lieve Vere,

Sinds je laatste brief (december 2019) is er veel gebeurd. Eens even kijken: we begonnen aan een nieuw decennium; de Vlaamse overheid vernielde haar cultuurbudget; het grote lege huis waar ik in woon, werd te koop gezet; mijn ouders verbouwden hun achtergevel; de kerselaars op mijn plein ontpopten zich tot suikerspinnen; ik nam een Spotify-abonnement, er brak een pandemie uit en jij stuurde me de volgende sms: ‘Ik ga verhuizen, als ik weet naar waar, dan laat ik het weten! xxx.’ De som van die twee laatsten maakt dat ik je met een openbare brief tracht te bereiken. Ik weet niet waar je woont nu en ook niet hoe je dezer dagen veilig een enveloppe dichtlikt. Wat als ik iets heb? Wat als ik de postbode ermee besmet?

Dat een virus de ronde deed, kwam mij nogal laat ter oren. China’s curve was alweer gedaald en de reputatie van de vleermuizen hersteld, toen mij duidelijk werd dat ik maar beter kon doen alsof ik wist waarover het ging. Het nieuws volgen is vanuit dit grote lege huis niet zo gemakkelijk omdat er geen meubilair is (en ik aan iedereen verkondigd heb dat ik eerst een tafel wil en dan pas degelijk internet). Maar! Wat ik desondanks over wereldwijde ziektes heb geleerd, is dit:

Ze manifesteren zich voornamelijk in wat ontbreekt: een kus, een schouderklop, een wekelijks bezoek, een voorraadkast, een rampenplan, een goede internetverbinding, longinhoud, Iets Anders Om Over Te Praten.



Antwerpen, 2 april 2020

Twee weken lockdown. Ik ken een hond die ondertussen uit een zolderraam gesprongen is, maar met de mensen om me heen gaat het voorlopig goed. Ik leer mijn vrienden kennen (wie belt er nog, wie niet?) en ook mezelf (zes zwarte haren op mijn kin, zesentwintig op mijn borst —en waarom bel ik zelf eens niet?) Wat pennenvriendinnen betreft, verandert er gelukkig weinig, integendeel: zij zijn de enigen die nog mogen binnenvallen. Weliswaar door de brievenbus, in het gezelschap van een klein dozijn take-awayfolders, of via dit online platform, maar toch. Hopelijk voelt deze brief een beetje als een onverwachts bezoek. We moeten sowieso verbonden blijven, vind ik, maar de overheid benadrukt het nu ook. Ik ben begroetingen beginnen schreeuwen naar mijn overburen op het plein. De mensen klimmen hier als katten op de daken om te zwaaien naar elkaar en om te kijken naar de roze kerselaars die iedere avond, om acht uur stipt, en onder luid applaus hun bloesems lossen: confetti voor de zorgsector. Verder is er iemand in mijn buurt die opera zingt.

Vorig weekend ging ik zwaaien aan het raam in de nieuwe achtergevel van mijn ouders. Mijn moeder stopte me door het schuifraam een mandje ontsmette paaseieren toe en mijn vader imiteerde een naar adem happende vis van achter het glas (bang van bruggen, pleinen, liften… dat pandemieën daar ook bij horen, dat hadden we kunnen weten). Is het in Nederland ook al zo ver? Dat vaders vissen nadoen en de dingen überhaupt een beetje door elkaar lopen? De dingen en de dagen. Een beetje zoals waterverf?

Hier in België is het hele teddyberenras de prostitutie ingegaan. Rond de glascontainers wachten lege flessen wijn als vergeten kinderen aan een schoolpoort en bij de cafés liggen terrastafels als onverzorgde honden aan een boom geketend. Zitbanken en glijbanen zijn volledig onder gescheten. Voor de vogels is het feest, zij hebben eindelijk hun luchtruim terug. Als de autostrade nog wat langer rustig blijft, keren wie weet ook de herten weder! Ik droom vanop mijn dak alvast van een giraf die daar haar kop opsteekt, en van een witte neushoorn die zich in de plaats van de matte Citroën Cactus van de buren voor mijn deur parkeert. De wereld kan toch kantelen nu? Denk je niet? Hoop je ook? Ik bedoel, het vliegen van de vogels is weer hóórbaar. Waar ik nu lig, wordt het alleszins niet langer door motoren overstemd. Zo nu en dan trekt een verloren gevlogen vliegtuig nog wel eens een streep door de dagdroom die ik met mijn buren deel, maar die doet ons dan eerder denken aan een waslijn dan aan een milieuschandaal. Zo nostalgisch naar wat wappert, zijn we ondertussen wel.



Antwerpen, 4 april 2020
Lieve Vere,

Je bent jarig geweest! Te lang geleden al, om het uitblijven van een kaartje of cadeautje op deze quarantaine te kunnen steken. Eerst en vooral gefeliciteerd! Vanavond vang ik kerselaar-confetti voor je op! Zonet was ik in de dagwinkel om mijn hoek en daar kocht ik iets wat klein en gek genoeg is om als veel te laat verjaardagscadeautje naar je op te sturen. Omdat ik nog niet kan zeggen wanneer me dat zal lukken, zeg ik alvast waarover het gaat: een blokje garnaalbouillon. Maar echt een héél schattig. Ik durf er mijn hand voor naar de postbode uitsteken dat het nog uit de jaren zestig komt. De dagwinkel om mijn hoek is namelijk een stoffig exemplaar. Zo één met verzonnen prijzen en stapels, stápels rijstpudding in blik. Aan de kassa lagen er zoals gewoonlijk aanstekers, kauwgom en een discount waterpijp, maar vandaag dus ook garnaalbouillon. Kleine blokjes in prachtige, ouderwetse wikkels. Ik dacht: ‘Dit wil ik aan Vere geven’, en ik plaatste het geelroze blokje bovenop de kroonkurk van mijn eerste aankoop. De man achter de kassa vroeg: ‘Jij weet wat is dit?’ en ik antwoordde: ‘Ja.’ Ik denk dat hij dacht dat ík dacht dat het bubbelgum was. Toen hij om mijn aankoop begon te lachen, overwoog ik hem te zeggen dat ík hier niet de gek was die de garnaalbouillon bij de kauwgom uitstalde, maar ik liet het erbij. Volgens de instructies op het handgeschreven briefje ‘Max 1 pers - max 10 min’ had ik al lang buiten zijn. Mijn gebruikelijk bier was uitverkocht geweest, mijn B-bier ook en mijn ienemienemutte tussen Panaché en een middeleeuws uitziende trippel had nogal lang geduurd. Anyway, je krijgt dus een bouillonblokje. Maar echt een héél schattig. Met garnalensmaak! Je vader heeft een fascinatie voor kreeften, toch? In dat opzicht past het plaatje: jij familie van je vader, en de garnaal van de kreeft.

Hé! Toen ik vorige week mijn ontsmette winkelwagentje snel snel (max 30 pers, max 20 min) door de supermarkt duwde, botste ik daarbij nog tegen een aquarium Canadese kreeften. Niet omdat ik als een dolle hamster op mijn doel (de handzalf) afstevende, nee, die fase zijn we in België min of meer gepasseerd. Wel omdat het scheef stond, dat aquarium! Zo goed als haaks op de rayons! En helemaal niet bij de vis of bij de schaaldieren, waar het hoort, maar ergens in de schaduw van een nogal nonchalant geplaatst pallet toiletpapier. Ik vroeg me toen af wie, o wie er in tijden van quarantaine nog kreeften koopt. ‘Jouw vader!’ denk ik nu. Ik heb de man nog nooit ontmoet, ik weet bij god niet waarom ik zo uitgebreid over hem praat. Ik denk dat ik het mis om uit te weiden.

Wat ik met enig verrassingseffect eigenlijk gewoon wilde vragen is:

Sms je me even je huidig adres? Dan zoek ik uit hoe ik mijn tong ontsmetten kan en stuur ik al wat ik nog over de liefde kwijt wil met wat bloesems en garnaalbouillon in een enveloppe naar je op. (Die liefde manifesteert zich immers net als wereldwijde ziektes in wat ontbreekt: Iets Anders Om Over Te Praten.)

Hoop dat je me terugschrijft!
Houd je goed en heel veel anderhalvemeterliefs,

Flo


Flo Van Deuren (1994) is een filmmaker die ook graag proza schrijft. In 2018 studeerde ze af aan het RITCS te Brussel met haar kortfilm Bamboe, die in 2019 zijn internationale première kende op het filmfestival van Cannes. Sindsdien werkt Flo als scenarist, regisseur en foley-artiest. Momenteel schrijft ze als 1/2 van het creatieve duo Floko Films aan een zesdelige LGBTQ+ webreeks.
bamboeshortfilm   flokofilms


Lees / luister ook:
Logboek van een quarantaine • Babet te Winkel
Dag 334. Het kan niet anders dan een dag als alle andere zijn. Ze herinnert zich nog vaag hoe het voelde om door de straten te lopen. Voorbijgangers die met hun arm langs de hare schuurden. Ze had nooit gedacht dat ze dat zou gaan missen. Zij was juist altijd iemand geweest die een hoepel had willen dragen zodat de mensen uit haar aura zouden blijven.
Lees verder


Lees ook:
Niemand kijkt • Else Boer
Vandaag wil ik een nieuw format uitproberen – even iets anders. Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik voel me behoorlijk rusteloos en ik merk dat ik het fijn vind om mijn hart te luchten. Natuurlijk komt de content waaraan je gewend bent ook online. Ik had gewoon zin om dit te maken – je zou het een confessional kunnen noemen?
Lees verder